Hoe deze test in elkaar zit
Deze pagina legt je uitslag van de achterkant uit: waaruit de vier uitkomsten berekend worden, waar de 108 beweringen vandaan komen, waar de drempels van zekerheid liggen en wat we eerlijk gezegd nog niet weten.
1Wat de test meet en wat niet
De test levert vier uitkomsten, en die worden alle vier uit dezelfde antwoorden berekend. Je type is hoe je aandacht in elkaar zit: waar zij vanzelf heen gaat zonder dat je dat besluit, en welke vraag je onophoudelijk aan het oplossen bent zonder het meestal te merken. Het is geen setje eigenschappen en geen lijstje sterke punten. Twee mensen van hetzelfde type kunnen in bijna alles verschillen behalve daarin. Je vleugel is de kleur die een van je twee buurtypen erin brengt, en die zie je eerder aan gedrag dan aan motief. Je instinctieve subtype is de richting waarin het grootste deel van je kracht wegloopt: naar je eigen bestaanszekerheid, naar je plek tussen mensen of naar één nabije band. Dat verandert de buitenkant van een type zo sterk, dat mensen zich juist daardoor vaak niet in de beschrijving van hun eigen type herkennen. Je niveau is een toestand en geen cijfer. Het zegt in welke stand je nu draait, en het verschuift in de loop van een leven en soms in de loop van een dag. Wat de test niet doet: hij belooft niet dat je jezelf terugvindt. Soms raakt de beschrijving meteen doel, soms niet, en dat tweede betekent niet dat de berekening fout is. Hij meet ook niet hoe goed je leven loopt, hij voorspelt geen gedrag en hij zegt je niet wie je moet worden.
2Waar de 108 beweringen vandaan komen
Alle 108 beweringen zijn voor deze test geschreven. Geen ervan komt uit een vragenlijst van iemand anders: een geleende bewering sleept het model van die ander mee, en wat zij bij ons meet kan niemand nakijken. Twaalf beweringen per type, negen typen. Binnen elke twaalf ligt vooraf vast hoeveel beweringen bij welke stand en bij welk instinct horen, en die verdeling wordt vóór elke bouw door een machine gecontroleerd: klopt ze niet, dan gaat de bouw niet door. De Nederlandse formulering is niet uit een andere taal vertaald maar naast de andere geschreven, uit dezelfde kaart met de constructie erop. Dat kost ongeveer het dubbele en gebeurt om één reden: een bewering vertalen verandert wat die bewering meet. Verboden binnen een bewering: één uitspraak en niet twee aan elkaar genaaid, geen dubbele ontkenningen en geen enkele term uit de theorie. Je hoort niet te kunnen raden welke schaal je op dat moment voedt.
Voor een besluit leg ik het eerst bij een paar mensen neer.
Een echte bewering uit de bank, letterlijk. Bij welk type zij hoort wordt niet genoemd: dat is het gesloten deel, zie het onderdeel hierover.
3Hoe de uitslag berekend wordt
Het grootste verschil met de meeste persoonlijkheidstesten mag meteen genoemd worden: wij vergelijken je niet met een bestand van andere mensen. Meestal gaat het andersom. Je antwoorden worden naast die van duizenden anderen gelegd, er wordt gekeken waar je ten opzichte van het gemiddelde staat, en daar komt je uitslag uit. Die manier heeft een vervelende eigenschap: je uitslag hangt af van wie de test vóór jou deden. Verandert de steekproef, dan verandert je type mee. Wij rekenen anders. Je antwoorden worden op je eigen spreiding gelegd: het gaat er niet om of je een vier gaf, maar waaraan je hoger gaf dan aan al het overige. Iemand die met hoge cijfers strooit en iemand die ze spaart, krijgen zo vergelijkbare uitslagen, omdat ieder met zichzelf vergeleken wordt. Daaruit volgt wat ons zelf het meest bevalt: je uitslag verandert niet als ons bestand groeit. Hij is uit jouw antwoorden berekend en uit niets anders. Zo wordt ook de zekerheid berekend. We kijken hoe eensluidend je hebt geantwoord op beweringen die over hetzelfde gaan, en hoeveel afstand de eerste kandidaat van de tweede nam. Was die afstand klein, dan zeggen we dat, in plaats van naar één antwoord af te ronden.
4Waarom je niveau geen nummer heeft
In het klassieke model zijn er negen niveaus en die zijn genummerd. Wij tonen drie banen en geven geen nummers. De reden is rekenkundig en niet een kwestie van smaak. Om negen treden betrouwbaar uit elkaar te houden heeft een test een nauwkeurigheid nodig die een vragenlijst van 108 beweringen niet heeft en niet kan hebben: daar zou je er ongeveer duizend voor nodig hebben. Op onze lengte zijn er eerlijk gezegd zo ongeveer drie treden te onderscheiden, en drie laten we er zien. Een nummer zou nauwkeuriger ogen maar zou verzonnen zijn, en er negen tonen terwijl je er drie onderscheidt, betekent nauwkeurigheid verkopen die er niet is. En één ding telt zwaarder dan de rekensom: een baan zegt welke kant bij jou de doorslag geeft, en niet op welke trede je staat. De beweringen bovenin en die onderin zijn niet de twee uiteinden van één meetlat. Die bovenin vragen wat je eigen sterke kant je kost; die onderin vragen wat jou in het moeilijke onderscheidt van de typen naast je. Dat zijn twee losse grootheden en ze worden apart gemeten, dus iemand kan tegelijk in zijn kracht staan en in de greep zitten, en dan zijn allebei die dingen waar. De middelste baan betekent daarom niet ‘halverwege’, maar dat kracht en greep elkaar in evenwicht houden: geen van beide heeft de overhand. De namen van de banen zijn ook met opzet gekozen: in je kracht, in evenwicht, in de greep. De woorden gezond en ongezond kom je hier niet tegen, hoewel de literatuur ze gebruikt. Een baan beschrijft niet een mens maar de toestand waarin hij vandaag zit, en een etiket dat als een vonnis klinkt beschrijft de mens al wel.
5Hoe vaak we ernaast zitten
Het eerlijke antwoord: dat weten we nog niet, en we gaan niet doen alsof van wel. We hebben nog geen enkele uitslag van een echt mens getoetst. Wat we wel hebben is een berekening op een model. We hebben beschreven hoe mensen op dit soort vragen antwoorden, uit die beschrijving zestigduizend denkbeeldige mensen gebouwd met een vooraf bekend type, en hun antwoorden door dezelfde berekening gehaald die jouw uitslag maakt. Daarna hebben we vergeleken wat de berekening zei met wat erin gestopt was. Het verschil met een echte toets is eenvoudig: we hebben niet aan mensen gerekend maar aan een model van mensen dat we zelf gebouwd hebben. Lijkt dat model niet op echte mensen, dan zegt het getal niets over echte mensen. Op die berekening is ongeveer een op de zestien genoemde typen het verkeerde. Bij de vleugel en bij het instinct komt er iets vergelijkbaars uit, rond de zes procent bij allebei, en doet iemand de extra ronde voor de vleugel, dan zakt dat naar ongeveer vier. De kanttekening waarzonder je die cijfers niet kunt lezen: ze zijn alleen berekend over de gevallen waarin we ons überhaupt hebben uitgesproken. Waar we twee dicht bijeen liggende kandidaten laten zien in plaats van één, staat geen percentage, omdat er ook geen uitspraak staat. Daaraan zie je meteen waar de gradatie van zekerheid voor dient. Waar we een type met zekerheid noemen, komen twee pogingen van dezelfde persoon in ongeveer 97 van de honderd gevallen op hetzelfde uit. Waar we het niet zeggen, zakt die overeenkomst bijna tot toeval. Dat is dezelfde eigenschap van twee kanten bekeken: zekerheid scheidt wat we weten van wat we niet weten. De berekening vervangen we door een meting zodra we genoeg mensen hebben die de test twee keer deden. Hoe precies, staat hieronder.
6Wat er gebeurt als we het niet zeker weten
Een zachte uitslag is geen weigering en geen storing. Het is dezelfde meting, met haar grens er eerlijk bij genoemd. Nam de eerste kandidaat te weinig afstand van de tweede, dan laten we ze allebei zien en zeggen we waartussen iemand precies kiest. Naar één antwoord afronden zou eenvoudiger zijn en zelfverzekerder ogen, maar dan was het niet meer onze schatting maar onze beslissing in jouw plaats. Een extra ronde bestaat niet overal, en het verschil daarin is principieel. Bij de vleugel werkt zij: daar zit ruis in de meting in de weg, we hadden simpelweg te weinig vragen om twee buren uit elkaar te trekken, en een dozijn extra beweringen trekt ze werkelijk uit elkaar. Bij het instinct is er geen extra ronde, en niet omdat we te lui waren. Bij veel mensen liggen het eerste en het tweede instinct echt dicht bij elkaar, niet bij gebrek aan gegevens. Extra beweringen lopen daar niet vast op de nauwkeurigheid van de meting maar op het feit dat er niets te meten valt: een verschil dat er niet is, komt er niet bij van nieuwe vragen. Daarom laten we, waar twee instincten vrijwel gelijk uitkwamen, ze allebei zien en stellen we voor allebei de beschrijvingen te lezen in plaats van nog een test te doen.
7Wat gesloten is en waarom
Bijna alles staat open. De formules van alle vier de uitkomsten, de manier waarop de zekerheid berekend wordt met de precieze drempels, de verdeling van de beweringen over standen en instincten, de herkomst van de gewichten en de lijst van wat we onderweg geprobeerd en verworpen hebben. Gesloten is één ding: welke bewering bij welk type hoort, en daarmee ook de codes waarmee typen binnen de bank uit elkaar gehouden worden. De reden daarvoor is er precies één en die mag hardop. Wie de koppeling tussen beweringen en typen kent, kan elke uitslag krijgen die hij hebben wil. Al het overige staat open om de omgekeerde reden: daarmee kun je ons nakijken, maar de test niet bedriegen. De grens loopt precies daar en nergens anders: gesloten is waarmee je een antwoord kunt sturen, open is waarmee de methode zich verantwoordt.
8Wat deze test niet kan
Drie dingen die deze test niet doet, en alle drie genoemd als feit en niet als kleine lettertjes. Het eerste. Dit is geen medische diagnose. De uitslag is er om jezelf te begrijpen, meer niet. Geen van de vier uitkomsten beschrijft een gezondheidstoestand, en geen ervan vervangt een gesprek met een deskundige. Het tweede. De test deugt niet voor selectie. Niet voor werving, niet voor beoordelingen, niet voor het verdelen van rollen en al helemaal niet voor beslissingen over iemand die een ander neemt. De uitslag komt uit zelfrapportage, dus uit wat iemand op een bepaalde dag zelf over zichzelf zei, en daar de grond onder andermans beslissing van maken is niet eerlijk tegenover die persoon. Het derde, en dat is het minst voor de hand liggende. Dat een instrument met zichzelf overeenstemt, is nog geen juistheid. Een test die stabiel het verkeerde meet laat een prachtige herhaalbaarheid zien: hij vergist zich telkens hetzelfde en oogt daardoor betrouwbaar. Alles wat hierboven staat over 97 van de honderd en over opnieuw doen, gaat over overeenstemming en niet over raak schieten. Nagaan dat we werkelijk het enneagram meten en niet iets wat ernaast ligt, is apart werk, en dat ligt bij ons nog voor. We zeggen dit om een aanwijsbare reden: we hadden zelf bijna betrouwbaarheid voor nauwkeurigheid aangezien.
9Hoe dit getoetst gaat worden
Het mechanisme is eenvoudig en zit in de eerste uitgave, niet in de plannen. Een deel van wie de test deed krijgt een uitnodiging om hem een tweede keer te doen, gratis, en ziet daarna allebei de uitslagen naast elkaar. Drie dingen daaraan zijn met opzet zo gebouwd. De uitnodiging gaat op toeval. Dat is belangrijker dan het lijkt: nodig je alleen wie aan zijn uitslag twijfelde, dan verzamel je veel gegevens met een onzichtbare fout erin, want wie twijfelt verschilt van de rest juist op het punt dat ons interesseert. De tussenpoos tot de tweede ronde is verschillend, van een paar weken tot ongeveer een jaar, en ook die wordt door toeval bepaald. Bij een gelijke tussenpoos blijven geheugen voor oude antwoorden en werkelijke verandering in een mens voorgoed van elkaar te onderscheiden. Beide uitslagen krijgt de persoon in hun geheel te zien, met het verschil erbij als dat er is. Als genoeg beschouwen we ongeveer tweeënhalfduizend paren. Zodra die er zijn, wordt de berekening hierboven vervangen door een meting en komt hier een datum te staan.
10Waar het model vandaan komt
Het model gaat terug op het enneagram van fixaties van Oscar Ichazo, werd door Claudio Naranjo naar de karakterpsychologie overgebracht en verder uitgewerkt door Don Richard Riso en Russ Hudson, bij wie de ontwikkelingsniveaus verschenen. De 27 instinctieve subtypen bracht Naranjo in kaart.
Wij gebruiken geen vragenlijsten van anderen: deze test is geen RHETI en geen iEQ9, het project heeft geen band met The Enneagram Institute of met Integrative9, en RHETI en iEQ9 zijn merken van hun eigenaren. Alle 108 beweringen zijn door ons geschreven. De lijst hieronder gaat over de herkomst van het model en de wetenschappelijke context eromheen, niet over de herkomst van de beweringen.
- Hook, J. N., Hall, T. W., Davis, D. E., Van Tongeren, D. R., Conner, M. (2021)The Enneagram: A systematic review of the literature and directions for future researchJournal of Clinical Psychology, 77(4), 865-883Systematisch overzicht van het onderzoek naar het enneagram: wat er getoetst is en wat niet.doi:10.1002/jclp.23097
- Bland, A. M. (2010)The Enneagram: A Review of the Empirical and Transformational LiteratureThe Journal of Humanistic Counseling, Education and Development, 49(1), 16-31Overzicht van de empirische literatuur van de vorige generatie.doi:10.1002/j.2161-1939.2010.tb00084.x
- Newgent, R. A., Parr, P. E., Newman, I., Higgins, K. K. (2004)The Riso-Hudson Enneagram Type Indicator: Estimates of Reliability and ValidityMeasurement and Evaluation in Counseling and Development, 36(4), 226-237Schattingen van de betrouwbaarheid en de validiteit van de vragenlijst van Riso en Hudson.doi:10.1080/07481756.2004.11909744
- Wagner, J. P., Walker, R. E. (1983)Reliability and validity study of a Sufi personality typology: The enneagramJournal of Clinical Psychology, 39(5), 712-717Een van de eerste psychometrische artikelen over deze typologie.doi:10.1002/1097-4679(198309)39:5<712::AID-JCLP2270390511>3.0.CO;2-3
- Sutton, A., Allinson, C., Williams, H. (2013)Personality type and work-related outcomes: An exploratory application of the Enneagram modelEuropean Management Journal, 31(3), 234-249Het enneagram naast de Big Five gelegd, gemeten aan uitkomsten op het werk.doi:10.1016/j.emj.2012.12.004
- Daniels, D., Saracino, T., Fraley, M., Christian, J., Pardo, S. (2018)Advancing Ego Development in Adulthood Through Study of the Enneagram System of PersonalityJournal of Adult Development, 25(4), 229-241Werk van de groep rond Daniels over ontwikkeling bij volwassenen door studie van het model.doi:10.1007/s10804-018-9289-x
- Alexander, M., Schnipke, B. (2020)The Enneagram: A Primer for Psychiatry ResidentsAmerican Journal of Psychiatry Residents' Journal, 15(3), 2-5Een korte inleiding op het model voor psychiaters in opleiding.doi:10.1176/appi.ajp-rj.2020.150301
- Goldberg, L. R., Johnson, J. A., Eber, H. W., Hogan, R., Ashton, M. C., Cloninger, C. R., Gough, H. G. (2006)The international personality item pool and the future of public-domain personality measuresJournal of Research in Personality, 40(1), 84-96Het standaardartikel over open banken met vragenlijstitems. Onze werkwijze bij het schrijven van beweringen volgt die traditie; de beweringen zelf zijn van ons.doi:10.1016/j.jrp.2005.08.007
- Meade, A. W. (2004)Psychometric problems and issues involved with creating and using ipsative measures for selectionJournal of Occupational and Organizational Psychology, 77(4), 531-551Waarom ipsatieve schalen verraderlijk zijn. Meegewogen in de opzet van onze berekening.doi:10.1348/0963179042596504
- Riso, D. R., Hudson, R. (1996)Personality Types: Using the Enneagram for Self-DiscoveryHoughton Mifflin, ISBN 978-0-395-79867-6Hier staan de ontwikkelingsniveaus beschreven; de vleugels zijn in dezelfde lijn in kaart gebracht.
- Riso, D. R., Hudson, R. (1999)The Wisdom of the EnneagramBantam Books, ISBN 978-0-553-37820-1De bekendste uiteenzetting van het model van Riso en Hudson.
- Naranjo, C. (1994)Character and Neurosis: An Integrative ViewGateways Books and Tapes, ISBN 978-0-89556-066-7Naranjo bracht het model naar de karakterpsychologie en werkte de 27 instinctieve subtypen uit.
- Palmer, H. (1988)The Enneagram: Understanding Yourself and the Others in Your LifeHarper & Row, ISBN 978-0-06-250673-3De lijn van Palmer: aandacht als de sleutel tot het type.
- Daniels, D., Price, V. (2009)The Essential Enneagram: The Definitive Personality Test and Self-Discovery GuideHarperOne, ISBN 978-0-06-171316-3Het boek waarin de Stanford-vragenlijst SEDI staat, met de validatiegegevens erbij.
- The Oscar Ichazo FoundationArica SchoolDe school van Oscar Ichazo. Bij zijn enneagram van fixaties begint de hele hedendaagse typologie.arica.org
- 特定非営利活動法人 日本エニアグラム学会日本エニアグラム学会De Japanse enneagramvereniging. Aan haar materiaal is de Japanse terminologie van deze site getoetst.www.enneagram.ne.jp
- 鈴木秀子 (2004)9つの性格 エニアグラムで見つかる「本当の自分」と最良の人間関係PHP文庫, ISBN 978-4-569-66106-3Het bekendste Japanse boek over het enneagram, en de bron waaraan de Japanse formuleringen hier zijn afgemeten.